Brandpreventie-voorschriften voor industrie en landbouw
Een industriegebouw of uitbreiding waarvan de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning ingediend werd na 14 augustus 2009 moet voldoen aan de Bijlagen 1, 6 en 7 aan het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen (B.S. van 26 april 1995) en latere wijzigingen. De brandveiligheidsnormen specifiek voor industriegebouwen zijn terug te vinden in de Bijlage 6.
Klassering van industriegebouwen
De strengheid van de brandpreventievoorschriften opgenomen in deze Bijlage 6, is afhankelijk van de klasse (een maatstaf van de aanwezige brandlast) waartoe het industrieel compartiment behoort. Industriegebouwen worden ingedeeld in drie klassen A, B en C met oplopende eisen. Bijlage 6 maakt bovendien een onderscheid tussen gebouwen voor productie- en opslagactiviteiten. Aangezien deze laatste vooral gebruikt worden voor de opslag, overslag en/of distributie van goederen, zijn er minder ontstekingsbronnen aanwezig, waardoor de waarschijnlijkheid op het ontstaan van een brand lager wordt.
Hoe de klasse bepaald wordt, is terug te vinden in onderstaande brochure , een uitgave van FOD Binnenlandse Zaken.
Landbouw en serres
Ook serres, land- en tuinbouwloodsen worden beschouwd als industriegebouwen en moeten voldoen aan de bijlagen 1, 6 en 7 van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 over de basisnormen voor brand- en ontploffingspreventie.
Een tuinbouwkas of serre verschilt sterk van een klassiek industriegebouw. Daardoor is het niet altijd mogelijk om alle voorschriften van bijlage 6 toe te passen.
In dat geval kan je een afwijking aanvragen. Je moet daarbij alternatieve maatregelen voorstellen die een gelijkwaardig veiligheidsniveau bieden.
De Boerenbond heeft hiervoor een aangepaste typeoplossing uitgewerkt. De Commissie voor Afwijking heeft geoordeeld dat deze oplossing een gelijkwaardig veiligheidsniveau biedt als de voorschriften van bijlage 6.
De typeoplossing kan niet voor alle serres worden gebruikt. Controleer daarom eerst of jouw serre binnen het toepassingsgebied valt en aan alle voorwaarden voldoet.
Wanneer je de typeoplossing kan gebruiken, verloopt de behandeling van het afwijkingsdossier doorgaans sneller dan bij een individueel uitgewerkte oplossing.
Op de website van de Boerenbond vind je meer informatie en de volledig uitgewerkte typeoplossing met alle voorwaarden en modaliteiten.
Kan ik afwijken van de regels?
Als je niet kunt voldoen aan de voorschriften van het koninklijk besluit van 7 juli 1994, kan je een afwijking aanvragen bij de Commissie voor Afwijking. Hierbij dien je compenserende maatregelen of alternatieve oplossingen voor te stellen die een gelijkwaardig veiligheidsniveau garanderen. Je vindt alle info over de afwijkingsprocedure op de website van de civiele veiligheid.
Opslagplaatsen voor gevaarlijke goederen
Brandweerrichtlijn
Deze richtlijn bevat voorschriften die van toepassing zijn op:
alle nieuwe op te richten opslagplaatsen voor gevaarlijke goederen;
alle uitbreidingen aan bestaande opslagplaatsen voor gevaarlijke goederen waarvoor een aanvraag tot omgevingsvergunning vereist is.
De voorschriften worden eveneens gebruikt als leidraad voor bestaande opslagplaatsen met gevaarlijke goederen.
De grootschalige logistieke opslag van nieuwe, gebruikte en refurbished Li-ion batterijen moet voldoen aan de eisen voor opslagplaatsen voor gevaarlijke goederen van het type Y uit de brandweerrichtlijn. De opslagplaats dient uitgerust te zijn met een automatische blusinstallatie ontworpen volgens de geldende normen voor de opslag van lithium-ion batterijen.
Meer info vind je in de nota voor opslagplaatsen met lihium-ion batterijen.
Energieopslagsystemen (EOS)
Een energieopslagsysteem (EOS), ook wel Energy Storage System (ESS) genoemd, slaat elektriciteit op uit bijvoorbeeld zonnepanelen, windenergie of het elektriciteitsnet. De opgeslagen energie kan later worden gebruikt, bijvoorbeeld tijdens piekverbruik of wanneer geen aansluiting op het elektriciteitsnet beschikbaar is.
Welke vereisten gelden?
De federale basisnormen bevatten geen specifieke brandveiligheidsvoorschriften voor energieopslagsystemen. Daarom hanteert onze zone de BESS richtlijn als regel van goed vakmanschap.
Deze richtlijn wordt toegepast op energieopslagsystemen met een capaciteit van 20 kWh of meer. Aanvullend bepaalt de ontwerpstudie, samen met een risicoanalyse, welke technische en organisatorische veiligheidsmaatregelen nodig zijn. Daarbij moet onder meer rekening worden gehouden met personen, omliggende gebouwen en kwetsbare locaties.Vraag daarom bij de plaatsing van een EOS , r een bespreking met onze diensten aan.
Waar mag een energieopslagsysteem worden geplaatst?
De locatie wordt bepaald op basis van de risicoanalyse en de afstanden uit de richtlijn. Kies een locatie met een zo laag mogelijk risico en voldoende afstand tot onder meer perceelsgrenzen, gebouwen en kwetsbare locaties. Zo worden de kans op brand en de mogelijke gevolgen voor personen en de omgeving beperkt.
Andere toepasselijke regelgeving
Ook andere regelgeving kan brandveiligheidsvoorwaarden opleggen, waaronder:
het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB);
de Codex over het Welzijn op het Werk, in het bijzonder Boek III, Titel 3: Brandpreventie opd e arbeidsplaatsen;
VLAREM II, in het bijzonder hoofdstuk 6.13 over niet-ingedeelde elektrische apparaten en inrichtingen voor de opslag van elektriciteit.