Brandbeveiliging in parkeergebouwen
Bouw je een nieuw parkeergebouw, breid je een bestaande parking uit of wil je laadpunten voor elektrische voertuigen plaatsen? Dan moet je rekening houden met federale basisnormen, de aanvullende voorschriften van onze hulpverleningszone en de richtlijnen voor elektrische voertuigen.
Op deze pagina lees je:
aan welke wettelijke voorschriften een parkeergebouw moet voldoen;
welke bijkomende voorwaarden onze hulpverleningszone oplegt;
welke richtlijnen gelden voor elektrische voertuigen en laadpunten.
Welke voorschriften gelden voor parkeergebouwen?
Wettelijke voorschriften uit het KB Basisnormen.
De voorschriften van het Koninklijk Besluit Basisnormen zijn van toepassing op parkeergebouwen (datum bouwaanvraag vanaf 26 mei 1995 voor (middel)hoog bouw of 1 januari 1998 voor laagbouw) .
Parkeergebouwen die onder het toepassingsgebied van het Koninklijk Besluit Basisnormen vallen (datum bouwaanvraag vanaf 26 mei 1995 voor (middel)hoog bouw of 1 januari 1998 voor laagbouw), moeten voldoen aan punt 5.2 van de hoogte-specifieke bijlage 2/1, 3/1 of 4/1 .
Voor parkeergebouwen met een totale oppervlakte van meer dan 250 m² gelden daarnaast de brandbeveiligingsvoorschriften van punt 3 van bijlage 7. De grens van 250 m² wordt verhoogd tot 625 m² wanneer aan beide voorwaarden is voldaan:
het parkeergebouw heeft geen autolift;
geen enkel punt van de parking ligt verder dan 45 meter van de ingang die de brandweer gebruikt voor haar interventie.
Punt 3 van bijlage 7 bevat onder meer voorschriften over rookbeheersing, sprinklerinstallaties, ventilatieopeningen, interventiewegen en de centrale controle- en bedieningspost.
Aanvullende voorschriften van onze zone
Onze hulpverleningszone past een aantal voorschriften van bijlage 7 toe op elk parkeergebouw, ongeacht de oppervlakte. Deze voorwaarden gelden dus ook voor parkeergebouwen die kleiner zijn dan 250 m² of, wanneer aan de voorwaarden is voldaan, kleiner zijn dan 625 m².
Elk parkeergebouw moet daarom voldoen aan volgende voorschriften uit bijlage 7:
punt 3.6.2 over parkeerboxen;
punt 3.6.3 over gasleidingen;
punt 3.8.2 over de centrale controle- en bedieningspost;
punt 3.8.3 over de plannen die voor de brandweer beschikbaar moeten zijn.
Daarnaast geldt een aanvullende voorwaarde voor elektrische leidingen. In afwijking van de punten 3.3.3.1.1 en 3.3.4.1.1 van bijlage 7 moeten elektrische leidingen die installaties of toestellen voeden die bij brand absoluut in dienst moeten blijven, altijd voldoen aan punt 6.5 van bijlage 2/1 van het Koninklijk Besluit Basisnormen.
Dit geldt onder meer voor:
rook- en warmteafvoerinstallaties;
elektrische pompen van sprinklerinstallaties;
andere installaties die bij brand in dienst moeten blijven.
Voor elektrische en hybride voertuigen en hun laadinstallaties hanteren we daarnaast specifieke richtlijnen. Deze gelden voor zowel bestaande als nieuwe gesloten parkeergebouwen en worden verder op deze pagina toegelicht.
Elektrische voertuigen in parkings - Regel van Goed Vakmanschap (RGV)
Voor elektrische en hybride voertuigen en hun laadinstallaties hanteren we bijkomende richtlijnen. Deze gelden voor zowel bestaande als nieuwe gesloten parkeergebouwen.
De richtlijnen ondersteunen de risicoanalyse en helpen bepalen welke technische en organisatorische brandveiligheidsmaatregelen nodig zijn.